↑ Terug naar Orgaandonatie

Wat kun je doneren?

 

 

Als orgaandonor kun je veel doneren. Wat je allemaal kunt doneren is verdeelt in twee categorieën. Uiteraard kun je jouw organen doneren, maar je kunt ook weefsels doneren. Wij zullen alle organen en weefsels op een rijtje zetten en uitleggen waarom anderen daar baat bij zouden kunnen hebben.

Organen:
Alvleesklier:
Patiënten die een alvleeskliertransplantatie ondergaan, hebben meestal suikerziekte. Omdat suikerziekte kan leiden tot nierafwijkingen is soms zelfs nierdialyse of niertransplantatie nodig. Doordat de nieren door de suikerziekte vaak niet meer goed werken, wordt meestal de alvleesklier samen met een nier getransplanteerd.

Dunne darm:
Een transplantatie van de dunne darm is noodzakelijk wanneer door een darmaandoening, door bijvoorbeeld de ziekte van Crohn, de dunne darm ernstig ingekort is. De patiënt krijgt dan kunstmatige voeding. Bij sommigen kan dit na enige tijd zorgen voor levensbedreigende problemen, zoals bloedvergiftiging, leverfunctiestoornissen of groeistoornissen (bij kinderen). Uiteindelijk kan het er zelfs voor zorgen dat de voeding niet meer via de aders gegeven kan worden. Een nieuw stuk darm helpt de schade te beperken. Na een succesvolle dunne darmtransplantatie is de patiënt niet meer afhankelijk van kunstmatige voeding.

Hart:
Het hart is misschien wel het meest belangrijke orgaan dat je kunt doneren. Het hart is tenslotte dé spier van het lichaam. Het zorgt ervoor dat het bloed rondgepompt wordt door het lichaam. Daarom is het cruciaal om op tijd in te grijpen. Soms is een harttransplantatie de enige manier om de patiënt in leven te houden. Iemand komt in aanmerking voor een harttransplantatie als hij/zij leidt aan zeer ernstige hart- of hartspierziekte. Zoals je zult begrijpen is de overlevingskans zonder transplantatie zeer klein.

Lever:
Een zieke lever kan zeer ernstige gevolgen hebben. Een patiënt komt alleen in aanmerking voor een levertransplantatie als alle andere behandelmethoden niet meer helpen. Dit wordt gedaan, omdat er een zeer groot tekort is aan levers, met name voor kinderen. Dat is de reden dat een lever vaak gesplitst wordt. De grootste rechterhelft van de lever wordt aan een volwassene gegeven, terwijl de linkerkant naar een kind gaat. Dit is geen enkel probleem, omdat de lever zichzelf kan herstellen en weer volgroeid.

Longen:
Patiënten die op de wachtlijst voor een longtransplantatie staan lijden aan een ernstige longziekte, zoals longfibrose of emfyseem. In deze gevallen wordt er maar één long getransplanteerd. Beide longen worden getransplanteerd als de organen chronisch geïnfecteerd zijn, zoals bij taaislijmziekte.

Nier:
Terwijl een nierpatiënt wacht op een niertransplantatie kan hij in leven blijven door een dialysebehandeling. Het nadeel daarvan is dat de patiënt vaak last heeft van dieet- en vochtbeperkingen en andere (fysieke) problemen. Dankzij een niertransplantatie kan de patiënt een minder beperkt leven leiden. In principe is één gezonde nier al genoeg dus wordt er altijd maar één nier per keer getransplanteerd.

Weefsels:
Bloedvaten:
Bij de donatie van bloedvaten gaat het alleen om de lichaamsslagader. Dit bloedvat is namelijk van levensbelang. Transplantatie gebeurt alleen als een kunststof bloedvat gaat ontsteken of als de wanden van de lichaamsslagader zijn verslapt.

Botweefsel:
Bij mensen met botkanker kan amputatie van lichaamsdelen worden voorkomen door de aangetaste botdelen te vervangen met donorbot. Ook kan botweefsel nodig zijn bij een loszittende heup. Dankzij het donorbot kan de heup weer stevig worden vastgezet.

Hartkleppen:
Bij sommige hartpatiënten werken de hartkleppen niet goed. De hartkleppen “lekken” waardoor het lichaam niet genoeg zuurstof krijgt. De patiënt is vaak moe en de minste lichamelijke inspanning is al te veel. De enige oplossing is dan een hartkleptransplantatie. Ook bij vernauwde hartkleppen kan in ernstige gevallen een hartkleptransplantatie nodig zijn. Zowel volwassen met defecte hartkleppen als kinderen met een geboren afwijking aan de hartkleppen kom in aanmerking voor deze transplantatie. Bij volwassenen gaat het vaak om donorkleppen uit de lichaamsslagader en uit de longslagader, terwijl bij kinderen meestal de longslagaderklep vervangen wordt.

Hoornvliezen:
Door een beschadiging, infectie of aangeboren afwijking kan het hoornvlies vertroebelen. Iemand ziet de wereld dan alsof hij/zij door mat glas kijkt. De patiënt ziet dan alleen vage contouren of kan alleen licht en donker onderscheiden. Een bril of contactlenzen kunnen dit niet verhelpen. De patiënt krijgt altijd maar één hoornvlies per transplantatie. Als een transplantatie ook voor het andere oog nodig is gebeurd dit op een later tijdstip.

Huid:
Menselijke donorhuid is essentieel bij de behandeling van tweede- en derdegraads brandwonden. Het bedekken van brandwonden met donorhuid kan levens redden. Huid kan in principe van het hele lichaam worden afgenomen, maar wordt nooit verwijderd van het gezicht, de hals of de handen. Dit wordt gedaan, zodat de overleden donor opgebaard kan worden voor familie en vrienden. nabestaanden hoeven hun dierbare dan niet te zien zonder huid (de rest is immers bedekt door kleding). Meestal wordt de huid gebruikt van de rug en achterkant van armen en benen. Vaak wordt er maar een dun laagje van 0,4 mm verwijderd. Soms kan ook een dikker deel weggehaald worden voor mensen met diepe brandwonden.

Kraakbeen en peesweefsel:
Voor kleine, specifieke aandoeningen gebruiken neurochirurgen en orthopedisten soms kraakbeen. Peesweefsel wordt gebruikt bij de reconstructie van beschadigde gewrichten. Ook reumapatiënten kunnen geholpen worden door de transplantatie van peesweefsel.

Meer informatie:
Weet je genoeg en wil jij je opgeven als orgaandonor? Geef dan online je keuze aan op www.jaofnee.nl of download het donorformulier (PDF).

Wil jij nog meer informatie? Kijk dan op één van onze andere pagina’s over orgaandonatie of kijk op de website van de Nederlandse Transplantatie Stichting.

Schrijf je in als orgaandonor